Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003

Alinea 79 Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5704.

9. Door het gebruik voor het bewijs van de onder 1, 2 en 4 tot en met 9 opgenomen bewijsmiddelen heeft het Hof kennelijk als zijn oordeel tot uitdrukking willen brengen dat de betrokkenheid van verdachte bij de hem tenlastegelegde ontucht met zijn minderjarig kind, meermalen gepleegd, wordt bevestigd door en in voldoende mate steun vindt in deze door het Hof gebruikte bewijsmiddelen. In het bijzonder heeft het Hof in zijn arrest daarbij gewezen op de verklaring van de grootmoeder (van moeders zijde) van de minderjarige [slachtoffer] zoals door het Hof opgenomen als het eerste bewijsmiddel. In deze verklaring geeft de grootmoeder van de minderjarige [slachtoffer] weer, wat haar kleinzoon haar over seksueel misbruik door zijn vader heeft verteld en beschrijft zij de non-verbale communicatie tussen haar kleinzoon en haarzelf op dat moment.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/11149d4f478e1650c95172ac527249095ca2eda7c2088f8232adb7e4c65aba29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 11149d4f478e1650c95172ac527249095ca2eda7c2088f8232adb7e4c65aba29, en de alinea staat in dat document op bytes 27359 tot 28220.