Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003
Alinea 94 Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5704.
14. Zetten we de uitspraak van het Hof in de onderhavige zaak af tegen die van het EHRM in de Duitse zaak, dan kan de uitspraak van het Hof geen stand houden. In geen enkel stadium van de procedure heeft de verdediging immers de gelegenheid gehad om het slachtoffer te ondervragen, terwijl het bewijs "to a decisive extent" rust op de verklaring van het slachtoffer omdat deze het enige directe bewijs is van het seksueel misbruik(6). De enige die nog iets over het seksuele misbruik verklaart is de grootmoeder van het slachtoffer, die verklaart over hetgeen haar kleinzoon haar daarover heeft verteld en welk gedrag haar kleinzoon daarbij liet zien. Maar dat is een verklaring van "a close relative" waaraan het EHRM vanwege de nauwe band tussen slachtoffer en getuige niet al te veel waarde lijkt te willen toekennen (rov. 14 slot).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/11149d4f478e1650c95172ac527249095ca2eda7c2088f8232adb7e4c65aba29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 11149d4f478e1650c95172ac527249095ca2eda7c2088f8232adb7e4c65aba29, en de alinea staat in dat document op bytes 36787 tot 37635.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/11149d4f478e1650c95172ac527249095ca2eda7c2088f8232adb7e4c65aba29 | shasum -a 256