Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2003

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5705.

16. Overigens meen ik dat de beslissing van het Hof niet getuigt van een onjuiste rechtsopvatting en niet onbegrijpelijk is. Buiten kijf staat dat de verdediging stukken die van belang zijn voor de betrouwbaarheid of de rechtmatigheid van de verkrijging van enig bewijsmiddel niet mogen worden onthouden (HR 7 mei 1996, NJ 1996, 687, nt. Sch). Het verzoek van de raadsman is hier echter afgewezen op grond van de feitelijke en daardoor in cassatie onaantastbare vaststelling van het Hof dat buiten twijfel staat dat verdachte vóór 25 januari 2000 zelf geen expliciet onderwerp van het onderzoek is geweest. Daarmee is de feitelijke basis aan het verzoek van de raadsman, die er immers vanuit ging dat reeds vanaf 10 januari 2000 onderzoek naar verdachte is gestart, komen te ontvallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5f82003647c664c452abe85b151c01f5702f54bd708290b0259e24aafdcc987e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5f82003647c664c452abe85b151c01f5702f54bd708290b0259e24aafdcc987e, en de alinea staat in dat document op bytes 13722 tot 14522.