Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003
Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5885.
2.7 In de zaak die leidde tot het arrest van de Hoge Raad van 8 juli 1981, NJ 1983, 229 m.nt. WHH ontbrak bij de betekening van de cassatiedagvaarding op de laatste dag van de cassatietermijn, de laatste bladzijde van deze dagvaarding en werd de bladzijde eerst vijf dagen later - met inbegrip van een weekend - bij herstelexploit betekend aan de verweerder in cassatie. Naar het oordeel van de Hoge Raad waren door de eiser tot cassatie geen omstandigheden(11) aangevoerd op grond waarvan hier zou moeten worden afgeweken van het beginsel dat aanvulling of uitbreiding van de voorgestelde middelen na het verstrijken van de termijn voor het cassatieberoep niet kan worden toegelaten(12).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be0547e7d6b98a1cee600f4c9da4ba420bbcbb541465493593fc3cb3d3b2202d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be0547e7d6b98a1cee600f4c9da4ba420bbcbb541465493593fc3cb3d3b2202d, en de alinea staat in dat document op bytes 10348 tot 11050.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be0547e7d6b98a1cee600f4c9da4ba420bbcbb541465493593fc3cb3d3b2202d | shasum -a 256