Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5885.
2.10 Een late afgifte van het te bestrijden arrest was in 1986 eveneens de aanleiding voor een cassatieadvocaat om de cassatiedagvaarding zonder middelen te laten uitbrengen aangezien hij het afschrift pas op de dag waarop de cassatietermijn verstreek ontving. De Hoge Raad verklaarde in zijn arrest van 10 oktober 1986, NJ 1987, 122 het beroep ontvankelijk omdat het toen nog resterende deel van de cassatietermijn zo kort was dat aanvaard moet worden dat de Staat onvoldoende tijd heeft gehad om binnen de cassatietermijn middelen van cassatie te formuleren (rov. 3). De Hoge Raad overwoog:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be0547e7d6b98a1cee600f4c9da4ba420bbcbb541465493593fc3cb3d3b2202d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be0547e7d6b98a1cee600f4c9da4ba420bbcbb541465493593fc3cb3d3b2202d, en de alinea staat in dat document op bytes 11922 tot 12527.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be0547e7d6b98a1cee600f4c9da4ba420bbcbb541465493593fc3cb3d3b2202d | shasum -a 256