Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003
Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5885.
7 Zie ook Heemskerk in zijn noot onder NJ 1983, 229. De strekking van art. 407 lid 2 Rv. (oud) was dat uit het middel zowel voor de cassatierechter als voor de wederpartij kenbaar moet zijn waarover in cassatie de strijd gaat. Zie HR 14 mei 1976, NJ 1976, 550 m.nt. WFP; HR 4 maart 1977, NJ 1977, 520 m.nt. WHH; HR 8 juli 1981, NJ 1983, 229 m.nt. WHH.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be0547e7d6b98a1cee600f4c9da4ba420bbcbb541465493593fc3cb3d3b2202d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be0547e7d6b98a1cee600f4c9da4ba420bbcbb541465493593fc3cb3d3b2202d, en de alinea staat in dat document op bytes 18222 tot 18586.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be0547e7d6b98a1cee600f4c9da4ba420bbcbb541465493593fc3cb3d3b2202d | shasum -a 256