Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5889.

14) Men kan zich afvragen of de regel van art. 3:26 BW dan voor toepassing in aanmerking zou kunnen komen. Ook daaraan staat echter het in alinea 12 hiervóór besprokene in de weg; en bovendien lijkt mij dat de voorwaarden voor toepassing van deze regel (overigens) niet in het namens [eiseres] gestelde mogen worden "ingelezen". Ik vraag mij in het bijzonder af of de namens [eiseres] aangevoerde stellingen, ook met goede wil, kunnen opleveren dat [verweerder] c.s. "redelijkerwijs voor overeenstemming van de registers met de werkelijkheid had(den) kunnen zorgdragen" (waarbij mij met name kwestieus lijkt, van welk gegeven [eiseres] dan zou willen verdedigen dat het aan [verweerder] c.s. was geweest, om voor rectificatie te zorgen). Ik denk dat een dergelijk betoog nadere onderbouwing behoeft; en ik meen die in het namens [eiseres] aangevoerde niet aan te treffen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/680711f717a3b0c2f8155c56a294d1a213a1d4260d42f4fbc87367594f9a422e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 680711f717a3b0c2f8155c56a294d1a213a1d4260d42f4fbc87367594f9a422e, en de alinea staat in dat document op bytes 19532 tot 20419.