Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003

Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6200.

14. Voor zover het onderdeel berust op de veronderstelling dat de Rechtbank haar oordeel dat [eiser] [A] een dringende reden voor ontslag op staande voet heeft gegeven mede heeft doen steunen op de door [A] als ongepast ervaren toon waarop [eiser] zich jegens [A] heeft uitgelaten, mist het onderdeel feitelijke grondslag. Uit het bestreden vonnis blijkt niet dat de Rechtbank deze omstandigheid in haar oordeelsvorming heeft laten meewegen; zij heeft haar oordeel klaarblijkelijk enkel gegrond op de omstandigheid dat [eiser] op 8 maart 1999, ondanks waarschuwingen, opnieuw de huisregels heeft overtreden en dat [A], met name gelet op de weigerachtige houding van [eiser], geen verbetering behoefde te verwachten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e5366e1f85fb55458ae58581ad4692e1b10d308832606c392ba6de5e07648d09. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e5366e1f85fb55458ae58581ad4692e1b10d308832606c392ba6de5e07648d09, en de alinea staat in dat document op bytes 23346 tot 24075.