Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003

Alinea 101 Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6207.

17 Van de in de schriftelijke toelichting aangehaalde vindplaatsen noem ik (de noot van Scholten (sub 2) bij) HR 2 mei 1969, NJ 1969, 344; HR 12 november 1982, NJ 1983, 82 (zie de conclusie van A-G Ten Kate, waarnaar het arrest verwijst - waarin veel verdere verwijzingen); Asser-Hartkamp, 4-II, 2001, nr. 202, eveneens met verdere verwijzingen; HR 7 november 1997, NJ 1998, 364, rov. 3.7; HR 24 januari 1997, NJ 1999, 56 m.nt. CJHB, rov. 3.4.2, slot; Schadevergoeding (losbl.), Boonekamp, art. 101, aant. 12. (p. art. 101-43 en 44 sub a. en e.); Asser-Hartkamp 4-I, 2000, nr. 452; Van Wassenaer van Catwijck-Jongeneel, Eigen schuld en mede-aansprakelijkheid, 1995, p. 21 en p. 56; Spier, Mon. Nieuw BW B36, 1992, p. 10.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/74a1eb565738c364a023e02277603e6326ec9422b25649f812d7cbba023f760c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 74a1eb565738c364a023e02277603e6326ec9422b25649f812d7cbba023f760c, en de alinea staat in dat document op bytes 47579 tot 48313.