Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6207.

16) Maar als dat inderdaad de maatstaf is die bij de beoordeling van een beroep op bedrog met het oog op herroeping/rekest-civiel moet worden aangelegd, ligt in de rede - ik gaf dat hiervóór al aan - om ook de marges waarbinnen een partij aan wie zulk gedrag met recht wordt verweten zich toch weer aan de consequenties daarvan mag onttrekken, niet ruim te begrenzen, maar juist eng. In dat opzicht kan ik de argumenten die namens de Waterschappen zijn aangevoerd, slechts bijvallen: de rechtsleer geeft er in meerdere opzichten blijk van dat degene die zijn wederpartij met onbehoorlijke middelen heeft benadeeld, slechts een beperkte ruimte heeft om de gevolgen toch voor rekening van die wederpartij te brengen, met een beroep op het feit dat die het nadeel per saldo vooral aan eigen toedoen (nalaten daaronder begrepen) heeft te wijten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/74a1eb565738c364a023e02277603e6326ec9422b25649f812d7cbba023f760c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 74a1eb565738c364a023e02277603e6326ec9422b25649f812d7cbba023f760c, en de alinea staat in dat document op bytes 19457 tot 20314.