Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6207.

18) De procespartij die willens en wetens of met "grof verzuim" een misleidende voorstelling van zaken naar voren brengt - ik herinner er aan dat dit valt binnen de veronderstelling waarvan in deze cassatieprocedure moet worden uitgegaan - zal er, naar in de rede ligt, vaak op speculeren dat die voorstelling van zaken niet adequaat door de wederpartij wordt weerlegd - dat is immers "the whole purpose of the exercise". Dan kan een algemene regel die ertoe strekt dat de niet-adequaat reagerende wederpartij geen beroep op de misleidende opstelling van de ander mag doen, geen goed recht zijn. Daarentegen ligt het omgekeerde voor de hand: behalve in bijzondere, door de verweerder te onderbouwen uitzonderingsgevallen, komt het feit dat de wederpartij niet adequaat heeft gereageerd voor rekening en risico van degeen die het erop heeft aangelegd, die wederpartij op het verkeerde been te zetten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/74a1eb565738c364a023e02277603e6326ec9422b25649f812d7cbba023f760c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 74a1eb565738c364a023e02277603e6326ec9422b25649f812d7cbba023f760c, en de alinea staat in dat document op bytes 21454 tot 22366.