Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003
Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6207.
Men kan zich allicht systemen voorstellen waarbij het instellen van rechtsmiddelen op een andere manier gebeurt - door een aantekening ter griffie, of door een andere vorm van kennisgeving aan de tegenpartij bijvoorbeeld - maar het ligt in de rede dat de wet er één bepaalde handeling, een bepaalde formaliteit voor voorschrijft, waardoor buiten twijfel wordt gesteld welke handeling als het aanwenden van een rechtsmiddel mag en moet worden opgevat(26); en dat het niet aan partijen wordt overgelaten om voor andere mogelijkheden dan de door de wet aangewezene te kiezen. Ware dat anders, dan zou er ook geen bezwaar (behoren te) bestaan tegen aanvaarding van het inleiden van een appelprocedure in de dagvaardingsprocedure bij rekest (en vice versa) - terwijl bezwaar daartegen, althans naar het procesrecht zoals dat voor de onderhavige zaak geldt(27), er wel degelijk is(28).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/74a1eb565738c364a023e02277603e6326ec9422b25649f812d7cbba023f760c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 74a1eb565738c364a023e02277603e6326ec9422b25649f812d7cbba023f760c, en de alinea staat in dat document op bytes 34064 tot 34958.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/74a1eb565738c364a023e02277603e6326ec9422b25649f812d7cbba023f760c | shasum -a 256