Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003

Alinea 95 Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6207.

12 Zoals in de literatuur meestal wordt verdedigd, zie bijvoorbeeld Burgerlijke Rechtsvordering, (losbl., oud), art. 382, aant. 10, met verdere verwijzingen. Cleveringa legt in zijn opstel in de Meijers-bundel (1935, p. 184) de vrij enge maatstaf aan van opzet/grof verzuim. In die zin ook Ten Kate, Het Request-Civiel, diss. 1962, p. 201 ("Boze toeleg, kwade trouw of grof verzuim..."). De formulering bij Van Rossem-Cleveringa, Verklaring van het Nederlands Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (1972), aant. 5 bij art. 382 ("...elke oneerlijke proceshouding .... die tot strekking heeft de waarheid te verdoezelen en hierdoor het materiële recht in zijn tegendeel te verkeren.") komt daarentegen ongemakkelijk dicht bij iets, wat van de proceshouding van veel procespartijen in civiele procedures wel - met meer of minder recht - beweerd zou kunnen worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/74a1eb565738c364a023e02277603e6326ec9422b25649f812d7cbba023f760c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 74a1eb565738c364a023e02277603e6326ec9422b25649f812d7cbba023f760c, en de alinea staat in dat document op bytes 43867 tot 44746.