Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003

Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6207.

Zie over de grens tussen (ongeoorloofd) bedrog en (geoorloofde) overdrijving (zij het in het wezenlijk andere verband van art. 3: 44 BW) bijvoorbeeld Asser-Hartkamp 4-II, 2001, nr. 200. Als ik deze passage goed heb gelezen, dan ligt de grens van het geoorloofde daar, waar de doorsnee aangesprokene moet begrijpen dat hij het meegedeelde met een korrel zout moet nemen. De opstelling van procespartijen in civiele procedures zou bij hantering van die afgrenzing, niet zelden als grensoverschrijdend moeten worden aangemerkt (de opstellers van de betreffende teksten bedoelen althans ongetwijfeld niet, dat de lezer dadelijk zal begrijpen dat er van niet serieus te nemen overdrijving sprake is).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/74a1eb565738c364a023e02277603e6326ec9422b25649f812d7cbba023f760c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 74a1eb565738c364a023e02277603e6326ec9422b25649f812d7cbba023f760c, en de alinea staat in dat document op bytes 45579 tot 46288.