Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2003
Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6208.
7. Uit dit een en ander blijkt dat [eiseres] op de rolzitting van 7 mei 2002 geen memorie van grieven heeft ingediend en dat [eiseres] in de gelegenheid is gesteld, zoals door de rolgriffier aan de procureur van [eiseres] kennelijk ook was medegedeeld, op de rolzitting van 21 mei 2002 alsnog een memorie van grieven in te dienen dan wel een aanhouding daartoe te verzoeken, doch deze gelegenheid onbenut voorbij heeft laten gaan. De door het middel aangevoerde stelling dat [eiseres] wèl een memorie van grieven heeft ingediend, mist derhalve feitelijke grondslag. Terzijde merk ik op dat kennelijk abusievelijk in de cassatiedagvaarding als volgende roldatum 3 juli 2003 wordt genoemd; uit het bovenstaande blijkt dat de volgende roldatum 21 mei 2003 was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56ef0db9aa605b93f96f741ad4ab1bf48416fa57711521d6be4380963e26df8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56ef0db9aa605b93f96f741ad4ab1bf48416fa57711521d6be4380963e26df8d, en de alinea staat in dat document op bytes 8950 tot 9722.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/56ef0db9aa605b93f96f741ad4ab1bf48416fa57711521d6be4380963e26df8d | shasum -a 256