Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2003

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6208.

11. [Eiseres] heeft in haar appeldagvaarding onder punt 3 en 4 een aantal bezwaren tegen het vonnis van de Kantonrechter opgesomd, zonder dat wordt aangegeven waarop deze bezwaren zijn gegrond. Onder punt 5 wordt vervolgens aangekondigd dat [eiseres] "bij Memorie van Grieven haar grieven tegen het vonnis (zal) formuleren". De Rechtbank heeft kennelijk geoordeeld dat de in de appeldagvaarding genoemde bezwaren tegen het vonnis van de Kantonrechter niet kunnen worden aangemerkt als behoorlijk in het geding naar voren gebrachte grieven. Dat oordeel is, mede gezien de aankondiging onder punt 5 van de appeldagvaarding, niet onbegrijpelijk en getuigt ook niet van een onjuiste rechtsopvatting. Van een behoorlijk in het geding naar voren gebrachte grief kan niet worden gesproken wanneer niet wordt aangegeven op welke gronden de appellant van oordeel is dat de door de grief aangevallen beslissing van de rechter in eerste aanleg onjuist is. De wederpartij weet dan immers niet waartegen zij zich heeft te verweren. Vgl. H.E. Ras, De Grenzen van de rechtsstrijd in hoger beroep in burgerlijke zaken, 2e dr. bew. door A. Hammerstein, 2001, blz. 31 e.v.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56ef0db9aa605b93f96f741ad4ab1bf48416fa57711521d6be4380963e26df8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56ef0db9aa605b93f96f741ad4ab1bf48416fa57711521d6be4380963e26df8d, en de alinea staat in dat document op bytes 10811 tot 11979.