Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003
Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6211.
2.1. Naar de omschrijving in het huidige BW is de borgtocht een overeenkomst waarbij de ene partij, de borg, zich tegenover de andere partij, de schuldeiser, verbindt tot nakoming van een verbintenis, die een derde, de hoofdschuldenaar, tegenover de schuldeiser heeft of zal krijgen (zie art. 7:850 lid 1 BWNA(4), gelijkluidend aan 7:850 lid 1 BW-NL). Reeds uit deze omschrijving ("zal krijgen") volgt dat het mogelijk is zich als borg te verbinden voor een toekomstige schuld. Art. 7:851 lid 2 BWNA (ook BW-NL) regelt dit nader: "Borgtocht kan slechts voor toekomstige verbintenissen van de hoofdschuldenaar worden aangegaan, voor zover zij voldoende bepaalbaar zijn." Uit de memorie van toelichting op de Nederlandse bepaling blijkt dat deze laatste zinsnede is toegevoegd naar het voorbeeld van art. 3:231 lid 2 BW-NL (het vereiste van bepaalbaarheid van de vordering waarvoor pand of hypotheek wordt gegeven). Hierbij gaat het om de vraag of de vordering bepaald kan worden op het tijdstip dat het verhaal op de borg wordt geëffectueerd(5).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f7232cba5934bd9000a1a2c6456eb4962891a11a44a86f378f8dc6327fe955d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f7232cba5934bd9000a1a2c6456eb4962891a11a44a86f378f8dc6327fe955d, en de alinea staat in dat document op bytes 8326 tot 9385.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9f7232cba5934bd9000a1a2c6456eb4962891a11a44a86f378f8dc6327fe955d | shasum -a 256