Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6211.

2.3. Borgtocht voor toekomstige vorderingen wordt meestal overeengekomen in de vorm van een krediet-, bank- of saldoborgtocht. Van een bankborgtocht is sprake wanneer een borg zich garant stelt voor al hetgeen de hoofdschuldenaar aan de schuldeiser (doorgaans: de bank) schuldig is en schuldig zal worden, zonder dat de schuldeiser zich verplicht een bepaald krediet te verlenen. Een dergelijke borgtocht wordt in het algemeen geldig geacht, hoezeer ook het besef bestaat dat een dergelijke verplichting voor een borg zeer precair is(7). In de Nederlandse memorie van toelichting op titel 14 valt te lezen:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f7232cba5934bd9000a1a2c6456eb4962891a11a44a86f378f8dc6327fe955d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f7232cba5934bd9000a1a2c6456eb4962891a11a44a86f378f8dc6327fe955d, en de alinea staat in dat document op bytes 11399 tot 12018.