Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6211.

3.1. Onderdeel 1 klaagt over een onjuiste uitleg van art. 159 (oud) BWNA. Een redelijke, met doel en strekking van dat artikel strokende uitleg brengt volgens het middelonderdeel mee dat een echtgenote ook de nietigheid moet kunnen inroepen van een (bank-)borgtocht waarbij de borg zich jegens de bank garant heeft gesteld tot een ongelimiteerd bedrag voor de betaling van alle tegenwoordige en toekomstige schulden van de hoofdschuldenaar, en die door de andere echtgenoot weliswaar vóór het huwelijk is aangegaan, maar door de schuldeiser wordt ingeroepen ter zake van een ná het huwelijk ontstane schuld van de hoofdschuldenaar. Subsidiair, zo deze regel niet in het algemeen geldt, betoogt het middelonderdeel dat zij geldt voor een geval als het onderhavige, dat wordt gekenmerkt door de in het middelonderdeel genoemde omstandigheden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f7232cba5934bd9000a1a2c6456eb4962891a11a44a86f378f8dc6327fe955d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f7232cba5934bd9000a1a2c6456eb4962891a11a44a86f378f8dc6327fe955d, en de alinea staat in dat document op bytes 15835 tot 16691.