Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003
Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6211.
3.2. Het cassatiemiddel stelt voorop dat [eiser], zo hij op het moment waarop hij de borgtocht aanging gehuwd zou zijn geweest, de toestemming van zijn echtgenote nodig zou hebben gehad. Het middel bedoelt hiermee te zeggen dat de bank geen beroep kan doen op de uitzonderingsclausule "in de uitoefening van een beroep of bedrijf" in art. 159 (oud) BWNA. In de rechtspraak wordt deze uitzondering zeer terughoudend uitgelegd(15). Eerder is uitgemaakt dat niet vooruitgelopen mag worden op de ruimere formulering van deze uitzondering in het (huidige) vijfde lid van art. 1:88 BW-NL(16). Hoe dan ook, voor een "vooropstelling" als hier bedoeld bestaat geen grond omdat deze kwestie in appel niet aan de orde was en het hof hieromtrent geen beslissing heeft genomen. Hoogstens kan for the sake of argument worden uitgegaan van de veronderstelling dat de wettelijke uitzondering niet van toepassing is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f7232cba5934bd9000a1a2c6456eb4962891a11a44a86f378f8dc6327fe955d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f7232cba5934bd9000a1a2c6456eb4962891a11a44a86f378f8dc6327fe955d, en de alinea staat in dat document op bytes 16711 tot 17623.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9f7232cba5934bd9000a1a2c6456eb4962891a11a44a86f378f8dc6327fe955d | shasum -a 256