Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6211.

3.4. Nu is ongetwijfeld juist dat deze bepaling strekt tot bescherming van de echtgenote. Daarmee is echter niet gezegd dat iedere overeenkomstige toepassing die óók strekt tot bescherming van de echtgenote, zich verdraagt met het stelsel van de wet. Art. 159 (oud) BWNA berust, evenals art. 1:88 BW-NL, op een afweging van het belang van de schuldeiser bij zekerheid tegen het belang van de echtgenote bij bescherming. In geval van een borgstelling tijdens het huwelijk kunnen deze belangen betrekkelijk eenvoudig met elkaar worden verzoend doordat de schuldeiser, alvorens een borgtochtovereenkomst te sluiten met een gehuwde aspirant-borg, zich ervan vergewist dat de echtgenote de vereiste toestemming heeft gegeven. Wanneer de schuldeiser dit heeft nagelaten mag het belang van de bescherming van de echtgenote prevaleren. In het geval van een borgtochtovereenkomst gesloten vóór het huwelijk, is dit anders. Zou worden aanvaard, zoals het cassatiemiddel wil, dat een vóór het huwelijk geldig tot stand gekomen borgstelling alsnog ongeldig wordt verklaard doordat de borg na de borgstelling huwt en zijn echtgenote op enig tijdstip een beroep doet op het ontbreken van haar toestemming, dan wordt de zekerheid in het rechtsverkeer m.i. te zeer geweld aangedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f7232cba5934bd9000a1a2c6456eb4962891a11a44a86f378f8dc6327fe955d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f7232cba5934bd9000a1a2c6456eb4962891a11a44a86f378f8dc6327fe955d, en de alinea staat in dat document op bytes 18557 tot 19842.