Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6211.

3.5. Naar huidig recht is een gedeeltelijke nietigheid voorstelbaar (art. 3:41 BW). Voor zover het middel bedoelt dat de door de echtgenote ingeroepen nietigheid zich niet uitstrekt over de periode vóór het huwelijk, maar slechts voor zover de borgstelling is geschied voor kredieten die ná de huwelijkssluiting door de bank aan Sirikit zijn verleend (in casu: het krediet van NAF 394.000), geldt in wezen hetzelfde. De bank was niet gehouden om, vanwege de statuswijziging van ongehuwd naar gehuwd, een nieuwe borgtochtovereenkomst met [eiser] te sluiten en zich ervan te vergewissen dat diens echtgenote daarvoor toestemming gaf. Overigens hebben aanstaande echtgenoten steeds de mogelijkheid om in hun huwelijkse voorwaarden een regeling te treffen met het oog op de vóór het huwelijk door hen aangegane verplichtingen(18). Ten overvloede merk ik op dat de gevolgen van de voorgestelde nietigheid niet kunnen worden ondervangen door middel van conversie (art. 3:42 BW), omdat niet valt in te zien welke overeenkomst de bank en [eiser] dan wel zouden hebben gesloten; het lijkt voor de hand te liggen dat, voor wat betreft de periode vanaf het huwelijk, de bank zonder borgstelling zou hebben afgezien van het verlenen van het tweede krediet aan Sirikit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f7232cba5934bd9000a1a2c6456eb4962891a11a44a86f378f8dc6327fe955d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f7232cba5934bd9000a1a2c6456eb4962891a11a44a86f378f8dc6327fe955d, en de alinea staat in dat document op bytes 19862 tot 21136.