Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6211.

3.9. Ten overvloede wil ik de in onderdeel 2 aangevoerde omstandigheden kort behandelen. Het argument onder (1), inhoudende dat de wettelijke bescherming van de echtgenote door een geldig beroep van de bank op nakoming van de borgtocht zou worden doorkruist, vormt slechts een herhaling van hetgeen in middelonderdeel 1 werd aangevoerd. Het argument onder (2), inhoudende dat niet gesteld of gebleken is dat de bank een onderzoek heeft ingesteld naar de burgerlijke staat van [eiser] alvorens de tweede kredietfaciliteit (die van NAF 394.000) aan Sirikit te verlenen, kwam hierboven in alinea 3.5 al even aan de orde. De klacht wordt toegelicht met een beroep op de regel dat de maatschappelijke functie van banken een bijzondere zorgplicht met zich meebrengt, zowel ten aanzien van cliënten uit hoofde van de met hen bestaande contractuele verhouding als ten opzichte van derden met wier belangen zij rekening behoren te houden op grond van hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt(19).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f7232cba5934bd9000a1a2c6456eb4962891a11a44a86f378f8dc6327fe955d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f7232cba5934bd9000a1a2c6456eb4962891a11a44a86f378f8dc6327fe955d, en de alinea staat in dat document op bytes 24405 tot 25413.