Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003

Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6244.

5. Naar luid van art. 7 onder c WED kan de bijkomende straf van gehele of gedeeltelijke stillegging worden bevolen "van de onderneming van de veroordeelde, waarin het economische delict is begaan". Die bepaling moet niet aldus worden verstaan dat de bijkomende straf alleen aan de eigenaar van de onderneming kan worden opgelegd. Er behoeft slechts te worden vastgesteld dat de veroordeelde het bedrijf uitoefent, ongeacht of de onderneming hem ook in eigendom toebehoort. Dat is te vinden in de Memorie van Antwoord, waaruit blijkt dat de wetgever heeft willen aansluiten bij HR NJ 1947, 365, dat betrekking had op art. 1 Besluit berechting economische delicten, waarin deze bijkomende straf ook was voorzien:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe8a2f3bc5bc886dfb6fdc8703f77629f36db11ca59349f8a8f447b5eadc616e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe8a2f3bc5bc886dfb6fdc8703f77629f36db11ca59349f8a8f447b5eadc616e, en de alinea staat in dat document op bytes 6823 tot 7547.