Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6244.

"Stillegging van de onderneming van de veroordeelde houdt niet in dat de veroordeelde ook eigenaar van het bedrijf van de onderneming moet zijn. Artikel 1, van het Besluit berechting economische delicten, Staatsblad E 135, kent de bijkomende straf van sluiting der zaak en stillegging der bedrijfsmiddelen van de veroordeelde. Ons hoogste rechtscollege heeft beslist, dat het niet nodig is, dat de zaak het eigendom van de veroordeelde is, doch dat voldoende is, dat de veroordeelde in de zaak het bedrijf uitoefende, waarin hij zich aan het ten laste gelegde feit heeft schuldig gemaakt (H.R. 20 mei 1947, Nederlandse Jurisprudentie 1947, no. 365). De onderhavige redactie bedoelt hetzelfde als de genoemde bepaling van artikel 1 van het Besluit berechting economische delicten. Een andere opvatting, waarbij de onderneming alleen dan zou kunnen worden stilgelegd, indien zij de overtreder in eigendom zou toebehoren, zou de toepassing van de straf van stillegging illusoir kunnen maken, b.v. door eigendomsoverdracht (wellicht in schijn) terstond na het constateren van het strafbare feit."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe8a2f3bc5bc886dfb6fdc8703f77629f36db11ca59349f8a8f447b5eadc616e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe8a2f3bc5bc886dfb6fdc8703f77629f36db11ca59349f8a8f447b5eadc616e, en de alinea staat in dat document op bytes 7555 tot 8661.