Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003

Alinea 11 Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6260.

5. De klacht dat er tussen het instellen van het cassatieberoep en de ontvangst van de stukken ter griffie van de Hoge Raad te veel tijd is verstreken, is gegrond. Verdachte heeft op 4 mei 2001 beroep in cassatie ingesteld en de stukken zijn op 8 augustus 2002 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen. Dat betekent dat er tussen het instellen van het beroep in cassatie en de binnenkomst van de stukken meer dan vijftien maanden zijn verstreken. Dat is te lang. Strafvermindering dient het gevolg te zijn van deze overschrijding van de redelijke termijn. Nu verdachte de hem in de hoofdzaak opgelegde straf al heeft uitgezeten, kan dat het beste worden gerealiseerd door van een van de destijds voorwaardelijke opgelegde gevangenisstraffen de gedeeltelijke tenuitvoerlegging te gelasten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7cedb12e751188b624b582bced8a332b2d6011e2b3e6b1603a8d20b489a1828f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7cedb12e751188b624b582bced8a332b2d6011e2b3e6b1603a8d20b489a1828f, en de alinea staat in dat document op bytes 5477 tot 6276.