Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2003
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6437.
3.2. Ik begrijp het middel aldus dat uit eerstgenoemd bewijsmiddel onvoldoende duidelijk zou blijken dat verdachte in zijn verklaring spreekt over dezelfde videobanden als welke door het hof zijn bekeken en bewezenverklaard, ten gevolge waarvan niet gezegd zou kunnen worden dat bij verdachte het vereiste opzet aanwezig was op de bewuste inhoud van de banden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce1853b45a8553c89a5e9731cc35961f14e978a4176b63ee64867dd587cffb99. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce1853b45a8553c89a5e9731cc35961f14e978a4176b63ee64867dd587cffb99, en de alinea staat in dat document op bytes 11146 tot 11519.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ce1853b45a8553c89a5e9731cc35961f14e978a4176b63ee64867dd587cffb99 | shasum -a 256