Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 november 2003

Alinea 99 Parket bij de Hoge Raad 14 november 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6572.

3.3. Het is aan het Hof overgelaten om te kiezen aan welk rapport hij de meeste bewijskracht toekent. Uit r.o. 4.5. blijkt dat hij aan de beide door belanghebbende overgelegde taxatierapporten tenminste een even grote waarde toekent als aan het door de gemeente overgelegde. Op zichzelf heeft ten aanzien van zo'n oordeel te gelden dat het berust op de aan het Hof voorbehouden keuze en waardering van de bewijsmiddelen. De grens die aan de beoordelingsvrijheid van het Hof is gesteld, is de onbegrijpelijkheid. In dat kader merk ik het volgende op. Beide door belanghebbende overgelegde rapporten bevatten een taxatie van de onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik, van de waarde dus die art. 17, lid 2, Wet WOZ voorschrijft. Tevens is blijkens deze rapporten getaxeerd naar data die niet ver verwijderd liggen van de in casu toepasselijke waardepeildatum. De rapporten zijn namelijk opgemaakt naar de waarde op 10 maart 1998 respectievelijk 6 april 1999, terwijl de peildatum 1 januari 1999 is. Tot zover is er niets onbegrijpelijks aan 's Hofs waardering van het bewijsmateriaal en de op die waardering gebaseerde keuze van de bewijsmiddelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69e4e7a36feddf4c089a7545b2cb35db7cd053a94a01d5fe3e8c0696ceecdb03. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69e4e7a36feddf4c089a7545b2cb35db7cd053a94a01d5fe3e8c0696ceecdb03, en de alinea staat in dat document op bytes 31288 tot 32457.