Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003
Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6589.
8. Van de totale vertraging in de behandeling van de zaak van verdachte als gevolg van het tijdsverloop tussen de uitspraak in hoger beroep en de betekening van de verstekmededeling in persoon is derhalve een periode van twee jaar en twee maanden aan verdachte toe te rekenen en een periode van bijna drie jaar aan het openbaar ministerie. Dit betekent dat er sprake van een overschrijding van de redelijke termijn voor berechting. Anders dan de steller van het middel meent leidt dit niet tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie maar tot strafvermindering (HR 1 juli 1996, NJ 1997, 6 en HR 3 oktober 2000, NJ 2000, 721).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c013b315e909820fac6e398e171668bcba900647479a1c69a4d04bdc7a58d5c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c013b315e909820fac6e398e171668bcba900647479a1c69a4d04bdc7a58d5c, en de alinea staat in dat document op bytes 10233 tot 10882.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3c013b315e909820fac6e398e171668bcba900647479a1c69a4d04bdc7a58d5c | shasum -a 256