Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6594.

3.3. Het verschoningsrecht hangt nauw samen met een geheimhoudingsplicht, maar het is niet zo gesteld dat iedere geheimhoudingsplicht ook een verschoningsrecht in de zin van art. 218 Sv genereert. Of aan betrokkene een wettelijk erkend verschoningsrecht toekomt kan, aldus de Hoge Raad in een civiele zaak, -behoudens indien de geheimhoudingsplicht is neergelegd in een wetsbepaling waarin tevens een verschoningsrecht is besloten - slechts worden vastgesteld door afweging van de belangen waarop de verplichting tot geheimhouding is gericht, tegen de zwaarwegende belangen die gemoeid zijn met de waarheidsvinding in een burgerlijk proces. Het beginsel is immers dat ieder verplicht is als getuige naar waarheid te verklaren, tenzij de woorden, strekking of geschiedenis van de bepaling die een geheimhoudingsplicht oplegt onmiskenbaar duidelijk maken dat de wetgever de belangenafweging die aan het toekennen van een verschoningsrecht ten grondslag ligt, zelf heeft verricht.(1) Het valt te bezien of voor de journalist een uitzondering op dit uitgangspunt geldt.(2)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c19c95df95db98415e8d6ad8eab3721ebaf929e9d5407633b2ff7ce0b8fc9ab0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c19c95df95db98415e8d6ad8eab3721ebaf929e9d5407633b2ff7ce0b8fc9ab0, en de alinea staat in dat document op bytes 9399 tot 10480.