Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6594.

3.4. Ik maak een vergelijking met de positie van de vertrouwensarts zoals die in HR NJ 2001, 42 m.nt.Van Wijmen, aan de orde werd gesteld. Een vertrouwensarts werd betrokken in een voorlopig getuigenverhoor in verband met een incestkwestie. De vertrouwensarts beriep zich op zijn verschoningsrecht toen hem werd gevraagd welke signalen van misbruik hij had gekregen en welk advies hij aan de niet-professionele melders had gegeven.(6) Art. 191 Rv, waarop de arts zich beriep, heeft een inhoud die met die van art. 218 Sv te vergelijken is. Het hof had het beroep op het medisch verschoningsrecht verworpen. De Hoge Raad overwoog in zijn bespreking van het eerste middel:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c19c95df95db98415e8d6ad8eab3721ebaf929e9d5407633b2ff7ce0b8fc9ab0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c19c95df95db98415e8d6ad8eab3721ebaf929e9d5407633b2ff7ce0b8fc9ab0, en de alinea staat in dat document op bytes 11986 tot 12669.