Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003
Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6594.
Zoals ik hiervoor al aangaf valt de journalist buiten het bereik van het algemene verschoningsrecht van art. 218 Sv. De journalist kan zich dan ook niet rechtstreeks beroepen op het derde lid van art. 96a Sv als hij uitlevering van materiaal weigert. Voor de algemeen verschoningsgerechtigde geldt dat in eerste instantie zijn eigen beoordeling beslissend is voor de vraag of hij een beroep kan doen op zijn verschoningsrecht. Dat is een autonome beslissing, waarbij deze verschoningsgerechtigde geen afweging behoeft te maken tussen het belang bij handhaving van zijn verschoningsrecht en het belang der waarheidsvinding. In uitzonderlijke gevallen kan het belang van de waarheidsvinding prevaleren, maar uiteindelijk is het de rechter die tot die beslissing komt en die het verschoningsrecht doorbreekt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c19c95df95db98415e8d6ad8eab3721ebaf929e9d5407633b2ff7ce0b8fc9ab0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c19c95df95db98415e8d6ad8eab3721ebaf929e9d5407633b2ff7ce0b8fc9ab0, en de alinea staat in dat document op bytes 18465 tot 19284.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c19c95df95db98415e8d6ad8eab3721ebaf929e9d5407633b2ff7ce0b8fc9ab0 | shasum -a 256