Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003
Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6594.
De algemeen verschoningsgerechtigde behoeft zich dus niet het hoofd te breken over de gronden waarom uitlevering van hem wordt gevraagd; als hij van mening is dat hij niet kan uitleveren zonder het gevaar dat bekend wordt wat hij geheim moet houden kan hij uitlevering weigeren. Hij mag bij zijn oordeelsvorming uitgaan van zijn waardering van datgene waarvan uitlevering wordt gevraagd. Als de rechter-commissaris daarentegen van oordeel is dat er redelijkerwijze geen twijfel over kan bestaan dat dit standpunt onjuist is of dat zich zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen waarin het belang dat de waarheid aan het licht komt - ook ten aanzien van datgene waarvan de wetenschap de verschoningsgerechtigde als zodanig is toevertrouwd - moet prevaleren boven het verschoningsrecht en toch tot inbeslagneming overgaat is het uiteindelijk aan de rechter, vaak in een beklagprocedure, om een beslissing te nemen. Van de motivering van het bevel tot uitlevering behoeft de verschoningsgerechtigde zich dus niets aan te trekken. Het is aan de rechter om die motivering te betrekken bij zijn afweging die ertoe kan leiden dat het verschoningsrecht wordt ontkend of overvleugeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c19c95df95db98415e8d6ad8eab3721ebaf929e9d5407633b2ff7ce0b8fc9ab0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c19c95df95db98415e8d6ad8eab3721ebaf929e9d5407633b2ff7ce0b8fc9ab0, en de alinea staat in dat document op bytes 19290 tot 20480.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c19c95df95db98415e8d6ad8eab3721ebaf929e9d5407633b2ff7ce0b8fc9ab0 | shasum -a 256