Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6594.

3.3. Voormeld arrest van het EHRM heeft ten gevolge dat de Hoge Raad moet terugkomen van de in zijn arrest van 11 november 1977, NJ 1978, 399 neergelegde opvatting en dat evenmin nog ruimte is voor nuancering van die opvatting in dier voege dat weliswaar uitgangspunt moet zijn dat de journalist, als getuige naar zijn bron gevraagd, deze vraag moet beantwoorden, maar dat dit anders is indien afweging van belangen in concreto wettigt aan te nemen dat het belang bij geheimhouding van de bron zwaarder weegt dan het belang bij openbaring van degene die hem als getuige doet horen. Het EHRM heeft immers juist het tegengestelde uitgangspunt aanvaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c19c95df95db98415e8d6ad8eab3721ebaf929e9d5407633b2ff7ce0b8fc9ab0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c19c95df95db98415e8d6ad8eab3721ebaf929e9d5407633b2ff7ce0b8fc9ab0, en de alinea staat in dat document op bytes 25993 tot 26656.