Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6594.

Maar dat de hazen niet altijd zo lopen toont de onderhavige zaak. Het gíng hier immers niet om een journalist die weigerde de identiteit van zijn bron te noemen. Het ging hier om het afstaan van gegevensdragers. Onder omstandigheden kunnen zulke gegevensdragers informatie bevatten die zo gevoelig is dat het journalistiek verschoningsrecht ook ten aanzien van die gegevensdragers in het geding komt. Ik noem als voorbeeld de journalist die in vertrouwen gevoelige informatie krijgt van een persoon, die zijn identiteit niet aan de openbaarheid prijs wil geven, en tijdens het gesprek met die persoon een recorder gebruikt om dat gesprek vast te leggen met het oog op een latere schifting en uitwerking. Als de journalist, gevraagd naar de identiteit van zijn bron, een beroep op zijn verschoningsrecht zou zien gehonoreerd, maar met lede ogen zou moeten toezien hoe de bandopname in beslag zou worden genomen, welke opname de politie rechtstreeks naar de bron zou leiden, zou toch de conclusie moeten luiden dat het verschoningsrecht, erin bestaande dat de journalist geen vragen behoeft te beantwoorden over de identiteit van zijn bron, een lege huls is gebleken. Goed voorstelbaar is dat zo een by-pass een even 'chilling effect' (EHRM) op de uitoefening van de persvrijheid zou hebben als wanneer de journalist rechtstreeks gedwongen zou zijn antwoord te geven op vragen naar de identiteit van zijn bron. Evenzeer is voorstelbaar dat een rechterlijke controle achteraf aan de personen die aan de pers wel informatie willen verstrekken, maar dan zonder dat hun identiteit aan derden bekend wordt, in hun ogen onvoldoende garantie biedt. Als politie en justitie immers, geconfronteerd met een zwijgende journalist, overgaan tot een zoeking en daarbij identificerend materiaal in beslag nemen, zal de bron, zo neem ik aan, er niet gerust op zijn dat het collectief geheugen van politie en justitie ineens gewist zal zijn op het moment dat de rechter beslist dat de inbeslagneming onrechtmatig was, dat het inbeslaggenomen materiaal moet worden teruggegeven zonder dat daarvan kopieën mogen overblijven en zonder dat daarvan gebruik mag worden gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c19c95df95db98415e8d6ad8eab3721ebaf929e9d5407633b2ff7ce0b8fc9ab0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c19c95df95db98415e8d6ad8eab3721ebaf929e9d5407633b2ff7ce0b8fc9ab0, en de alinea staat in dat document op bytes 28583 tot 30751.