Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Alinea 66 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6594.

4.5. Ik merkte eerder al op dat de journalist die een beroep wil doen op zijn beperkt verschoningsrecht zich niet hoeft te bekreunen om de grond waarom naar de identiteit van zijn bron wordt gevraagd. Pas als de rechter uiteindelijk beslist dat de bronbescherming voor zwaardere belangen moet wijken is de journalist verplicht vragen te beantwoorden naar de identiteit van de bron. Hetzelfde behoort te gelden als de journalist vreest dat een bevel van de politie tot uitlevering van materiaal neerkomt op een bevel tot uitlevering van zijn bron. Hij zal de kaken op elkaar en de poot stijf mogen houden. Aan een bevel van de rechter zal hij moeten voldoen omdat het de rechter is die de afweging dient te verrichten of de bronbescherming terugtreedt voor een groter belang. Maar ook als een andere autoriteit dan een rechter uitlevering vordert van 'bronmateriaal' hoeft de journalist geen kennis te hebben van de gronden waarop dat berust om zijn oordeel te vormen. De enige vraag die hij heeft te beantwoorden is: wil ik zo de identiteit van mijn bron prijsgeven? Vanuit deze invalshoek doet het er niet toe of de vordering tot uitlevering als dan niet is gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c19c95df95db98415e8d6ad8eab3721ebaf929e9d5407633b2ff7ce0b8fc9ab0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c19c95df95db98415e8d6ad8eab3721ebaf929e9d5407633b2ff7ce0b8fc9ab0, en de alinea staat in dat document op bytes 34662 tot 35846.