Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6594.

Een vergelijking met de voorschriften in de AWB gaat niet op omdat de wetgever in art. 1:6 AWB de hoofdstukken 2 tot en met 8 van de AWB nu juist uitdrukkelijk niet van toepassing heeft verklaard op de opsporing en vervolging van strafbare feiten. Aldus heeft de wetgever expressis verbis bepaald dat de normering van bestuursbevoegdheden aan andere regels is onderworpen dan opsporingsbevoegdheden. Ik zie geen grond in beginselen van behoorlijke procesorde om van deze uitdrukkelijke wetsduiding af te wijken. Wat de rechtbank heeft opgemerkt over openheid en openbaarheid heb ik begrepen als een schets van de uiterste consequentie waartoe de keuze van de wetgever kon voeren. Daaruit kan ik niet afleiden dat de rechtbank heeft gemeend dat het in de rechtspraktijk het een of het ander is en dat er geen tussenweg mogelijk is. Maar de rechtbank heeft geoordeeld dat een bredere motivering niet is vereist, welk standpunt ik onderschrijf.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c19c95df95db98415e8d6ad8eab3721ebaf929e9d5407633b2ff7ce0b8fc9ab0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c19c95df95db98415e8d6ad8eab3721ebaf929e9d5407633b2ff7ce0b8fc9ab0, en de alinea staat in dat document op bytes 37247 tot 38201.