Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Alinea 70 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6594.

4.6. Tot slot in dit verband nog een enkel woord over het in het middel opgeworpen arrest Cola Est van het EHRM.(10) Die zaak betrof een administratief onderzoek naar afspraken van wegenbouwers die werkten voor de overheid en die het gebrek aan concurrentie maskeerden, een soort Franse bouwfraude. De administratieve autoriteit had inzage genomen in stukken in de kantoren en werkplaatsen van de ondernemingen en had een uitgebreider onderzoek aldaar verricht dan overeenstemde met het oorspronkelijke doel van het onderzoek. De bevoegdheid tot onderzoek was gebaseerd op een besluit van 1945. Het resultaat van dat onderzoek was dat aan de ondernemingen boetes werden opgelegd die tevergeefs werden aangevochten bij het Cour d'Appel en het Cour de Cassation. De Franse overheid had zich op het standpunt gesteld dat de inmenging in het 'persoonlijk leven' van een rechtspersoon door het doen van onderzoek op kantoren en fabrieken aan minder beperkingen diende te worden onderworpen dan het onderzoek ten kantore van natuurlijke personen. Volgens het EHRM was er sprake van een bemoeienis met het 'persoonlijk leven' van de ondernemingen. Die inmenging was gebaseerd op een wet en was gelegitimeerd door een in het tweede lid van art. 8 EVRM aangegeven doel, maar was onvoldoende gelimiteerd:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c19c95df95db98415e8d6ad8eab3721ebaf929e9d5407633b2ff7ce0b8fc9ab0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c19c95df95db98415e8d6ad8eab3721ebaf929e9d5407633b2ff7ce0b8fc9ab0, en de alinea staat in dat document op bytes 38233 tot 39540.