Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6594.

Ik kan hieruit niet afleiden dat rechterlijk toezicht achteraf steeds onvoldoende is ter bescherming van de rechten van de betrokkene. Het ontbreken van rechterlijke toestemming vooraf en de afwezigheid van een justitiële autoriteit bij de inzage zijn omstandigheden die het Hof ten overvloede ('de surcroît') noemt. In de kern genomen valt het Hof over het gebrek aan begrenzing in de uitoefening van de bevoegdheden door de bestuurlijke diensten de gedachte dat rechtspersonen minder bescherming behoeven dan natuurlijke personen. Het Hof lijkt te zeggen dat rechterlijke controle vooraf aangewezen kan zijn om strijd met art. 8 EVRM te voorkomen in die gevallen waarin het bestuur zeer ruime bevoegdheden kan uitoefenen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c19c95df95db98415e8d6ad8eab3721ebaf929e9d5407633b2ff7ce0b8fc9ab0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c19c95df95db98415e8d6ad8eab3721ebaf929e9d5407633b2ff7ce0b8fc9ab0, en de alinea staat in dat document op bytes 40814 tot 41552.