Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6594.

Rechterlijke toetsing vooraf vóór inbeslagneming ten behoeve van de opsporing van materiaal ten aanzien waarvan de journalist zich op bronbescherming beroept wordt dus naar mijn mening door dit arrest van het EHRM niet gedicteerd. Iets anders is of rechterlijke inmenging niet gewenst zou zijn. Hiervoor heb ik die vraag bevestigend beantwoord. Een optimale procedure zou meebrengen dat het inbeslaggenomen materiaal onder de rechter blijft tot de raadkamer heeft gesproken.(11) Dat wil niet zeggen dat een procedure zoals die in de onderhavige zaak is gevolgd onrechtmatig geoordeeld moet worden. Per slot van rekening is de rechter in de zaak gemoeid en heeft de raadkamer de bevoegdheid de gevolgen van onbeslagneming ongedaan te maken.(12) Dat het vertrouwen van bedreigde bronnen in een procedure waarin de rechter uiteindelijk beslist of materiaal in handen komt van politie en justitie groter is dan in een procedure waarin een rechter beslist dat de opsporingsautoriteiten inbeslaggenomen materiaal moeten teruggeven zal geen verbazing wekken. Maar ik heb een sterk vermoeden dat het EHRM genoegen zal nemen met een herstel van het respect voor de persvrijheid door maatregelen die de rechter achteraf kan nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c19c95df95db98415e8d6ad8eab3721ebaf929e9d5407633b2ff7ce0b8fc9ab0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c19c95df95db98415e8d6ad8eab3721ebaf929e9d5407633b2ff7ce0b8fc9ab0, en de alinea staat in dat document op bytes 41899 tot 43134.