Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003
Alinea 86 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6594.
6.3. Die gevolgtrekking acht ik niet onbegrijpelijk. Ik breng in dit verband onder de aandacht dat van het OM niet verwacht mag worden dat het een precies verslag geeft van alle opsporingsinspanningen die zijn aangewend om de daders te identificeren en van de redenen waarom die inspanningen hebben gefaald, hoewel ik mij kan voorstellen dat sommige cliënten van de advocatuur daar zeer in zijn geïnteresseerd. De rechter zal noodzakelijkerwijs op de mededelingen van de officier van justitie moeten afgaan. Onderzoeken naar zware criminaliteit kenmerken zich vaak door het aanwenden van opsporingsmethoden met openbaarmaking waarvan de bestrijding van die criminaliteit nu eenmaal niet is gediend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c19c95df95db98415e8d6ad8eab3721ebaf929e9d5407633b2ff7ce0b8fc9ab0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c19c95df95db98415e8d6ad8eab3721ebaf929e9d5407633b2ff7ce0b8fc9ab0, en de alinea staat in dat document op bytes 47403 tot 48117.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c19c95df95db98415e8d6ad8eab3721ebaf929e9d5407633b2ff7ce0b8fc9ab0 | shasum -a 256