Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2003

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6597.

5.1. Het derde middel klaagt dat de rechtbank een ernstig vermoeden dat het recht tot vervolging van een der feiten waarvoor de uitlevering is verzocht naar Nederlands recht is verjaard heeft veronachtzaamd. Voor zover de feiten naar Nederlands rechts als oplichting zouden zijn te kwalificeren zou de verjaringstermijn van zes jaar hebben gelopen sinds het begaan van die feiten in de maanden september en oktober van 1992. Niet kan blijken dat de opgeëiste persoon bekend is geraakt met een daad van vervolging sinds de feiten zijn begaan. Omdat het vervolgingsrecht voor art. 326 Sr is verjaard had de rechtbank de uitlevering in zoverre niet toelaatbaar moeten verklaren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0cee75e7d25a902ce2891eba802fb5ee7e26e9f3f3546a10c8e7c71220495b22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0cee75e7d25a902ce2891eba802fb5ee7e26e9f3f3546a10c8e7c71220495b22, en de alinea staat in dat document op bytes 10824 tot 11513.