Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6599.
8. De vraag is nu of de uiteenzetting van de feiten zoals hiervoor onder 5 is weergegeven naar Nederlands recht oplichting oplevert. De steller van het middel stelt zich op het standpunt dat uit die summiere omschrijving van de feiten het hanteren van één van de oplichtingsmiddelen als bedoeld in artikel 326 Sr niet kan blijken. Duidelijk is wel dat de betreffende Zweedse strafbepaling aanzienlijk ruimer is dan artikel 326 Sr. Dat enkele feit neemt uiteraard niet weg dat feiten waarvoor uitlevering wordt gevraagd naar Nederlands recht binnen het bereik van artikel 326 Sr kunnen vallen. Beslissend is immers, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, de omschrijving van de feiten waarvoor uitlevering wordt verzocht en niet de buitenlandse strafbepaling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/382b563d0f0e9f04cc272a8f476cea1a7e68bd7c760d8352ecf345761e618aee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 382b563d0f0e9f04cc272a8f476cea1a7e68bd7c760d8352ecf345761e618aee, en de alinea staat in dat document op bytes 11096 tot 11874.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/382b563d0f0e9f04cc272a8f476cea1a7e68bd7c760d8352ecf345761e618aee | shasum -a 256