Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6599.
9. In dit geval gaat het, zo blijkt uit de stukken, om een in Zweden gevestigde investeringsmaatschappij waaraan de opgeëiste persoon verbonden was. Volgens de uiteenzetting van de feiten zouden investeerders door een verkeerde voorstelling van zaken zijn overgehaald zeer grote bedragen te betalen. De investeerders zou te kennen zijn gegeven dat het geïnvesteerde bedrag met een jaarlijkse rente van 18 procent rente zou worden terugbetaald, terwijl op dat moment al vast stond dat dat niet zou gebeuren. Er was geen intentie en capaciteit om, zoals voorgespiegeld, terug te betalen. Voorts blijkt uit de overgelegde stukken dat de opgeëiste persoon 'promissory notes' ondertekende en afgaf en dat bij afloop of opzegging van het contract inderdaad niet is terugbetaald. Het oordeel van de rechtbank dat deze feiten naar Nederlands recht oplichting opleveren, acht ik niet onbegrijpelijk.(1)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/382b563d0f0e9f04cc272a8f476cea1a7e68bd7c760d8352ecf345761e618aee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 382b563d0f0e9f04cc272a8f476cea1a7e68bd7c760d8352ecf345761e618aee, en de alinea staat in dat document op bytes 11913 tot 12823.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/382b563d0f0e9f04cc272a8f476cea1a7e68bd7c760d8352ecf345761e618aee | shasum -a 256