Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6599.

De opgeëiste persoon heeft klaarblijkelijk de verdenking op zich geladen met een samenweefsel van verdichtsels en het ondertekenen en afgeven van onware 'promissory notes' anderen ertoe te hebben overgehaald hem grote sommen gelds toe te vertrouwen zonder ooit de bedoeling te hebben gehad zich aan zijn beloften te houden. Daarbij acht ik het voorts van belang dat een investeringsmaatschappij doorgaans actief de markt opgaat om investeerders aan te trekken, waarbij de voorstelling van zaken die gegeven wordt van groot belang is voor de potentiële investeerders. Ik meen dat gesteld kan worden dat het afsluiten van investeringscontracten ten bedrage van miljoenen dollars van de zijde van de investeringsmaatschappij zodanige handelingen vergt dat er, wanneer er van meet af aan het plan is het contract niet na te komen, sprake is van handelingen welke hetzij een samenweefsel van verdichtsels dan wel een listige kunstgreep hetzij beide opleveren(2).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/382b563d0f0e9f04cc272a8f476cea1a7e68bd7c760d8352ecf345761e618aee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 382b563d0f0e9f04cc272a8f476cea1a7e68bd7c760d8352ecf345761e618aee, en de alinea staat in dat document op bytes 12831 tot 13804.