Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6599.
Ik acht het voorts niet ondenkbaar dat de feitelijk gang van zaken kan worden aangemerkt als het aannemen van een valse hoedanigheid. Daarvan kan immers sprake zijn als op een bedrieglijke wijze gebruik is gemaakt van een in het maatschappelijk verkeer geldend gedragspatroon(3). Toegespitst op de investeringsmaatschappij kan dat patroon inhouden dat de maatschappij probeert investeerders zover te krijgen geld ter beschikking te stellen, zonder dat zekerheid kan worden geboden. Aan investeren is nu eenmaal een zeker risico verbonden. Als dan echter van tevoren vast staat dat het geïnvesteerde geld niet zal worden terugbetaald, in weerwil van een afgegeven 'promissory note', en wellicht ook geen rente zal worden vergoed, zou gezegd kunnen worden dat de investeringsmaatschappij een valse hoedanigheid aanneemt in de zin van artikel 326 Sr. In zoverre is hier wel meer aan de hand dan in het geval van het enkele zich in strijd met de waarheid voordoen als koper die van plan en in staat is de koopprijs te betalen(4).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/382b563d0f0e9f04cc272a8f476cea1a7e68bd7c760d8352ecf345761e618aee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 382b563d0f0e9f04cc272a8f476cea1a7e68bd7c760d8352ecf345761e618aee, en de alinea staat in dat document op bytes 13812 tot 14851.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/382b563d0f0e9f04cc272a8f476cea1a7e68bd7c760d8352ecf345761e618aee | shasum -a 256