Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 129 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6639.

5.4 Hoe dan ook, de declaratie van LTO omvat werkzaamheden in de periode vóór het eerste eindvonnis van 15 september 1999. Zonder nadere motivering is inderdaad niet begrijpelijk waarom deze kosten worden vergoed, nu er als ervaringsfeit vanuit gegaan mag worden dat een eindvonnis de kosten van de deskundigen tot aan datum eindvonnis vergoedt. Zonder nadere motivering is evenmin begrijpelijk waarom de Gemeente kosten van deskundigen moet vergoeden, gemaakt tussen 15 september 1999 en 14 juli 2000, de datum van uw eerste arrest. U heeft immers beslist dat ieder van de partijen haar eigen op de voorziening in cassatie gevallen kosten zou dragen, al moet ik toegeven dat ik niet goed inzie hoe kosten van deskundigen als proceskosten kunnen vallen op het proces in cassatie, dat immers niet gaat over feiten, laat staan over feiten waarover de deskundigen kunnen adviseren, maar uitsluitend over het recht, waaromtrent de Hoge Raad in het algemeen niet geadviseerd behoeft te worden. Ik begrijp dus niet goed hoe het eigenlijk kan dat er tussen eindvonnis en cassatie kosten voor deskundigen worden gemaakt. Hoe dan ook meen ik dat, hoezeer ook de bepaling van de vergoeding van de kosten van de deskundigen als feitelijk van aard ter beoordeling van de Rechtbank staat, dat het oordeel van de Rechtbank ontoereikend is gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/48ccb55a0d29b83de70a7a1dfd871fc092ae3072e9cac8e927401b11f4bf2650. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 48ccb55a0d29b83de70a7a1dfd871fc092ae3072e9cac8e927401b11f4bf2650, en de alinea staat in dat document op bytes 53284 tot 54636.