Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6639.

3.5.3 De Rechtbank heeft rente berekend vanaf 1 juli 1997. [eiser] heeft echter recht op een rentevergoeding vanaf de peildatum, dat is 2 mei 1997. Indien de Rechtbank door middel van een kortere renteperiode het voordeel van voortgezet gebruik heeft willen verrekenen, meen ik dat zij buiten de rechtsstrijd is getreden. De Gemeente heeft immers in feitelijke instantie niet aangevoerd dat een voordeel wegens voortgezet gebruik gekort zou moeten worden op de schadeloosstelling(3) en ook de deskundigen hebben niet in die zin geadviseerd. Het probleem is pas in de huidige, tweede cassatieprocedure gerezen. Wel heeft de Rechtbank ook reeds in haar eerste eindvonnis van 15 september 1999 rente berekend pas vanaf 1 juli 1997. Nu u heeft teruggewezen opdat de Rechtbank over de gehele schadeloosstelling beslist en bovendien de omvang van de renteschade beïnvloed wordt door de terugwijzing (er moet hoe dan ook opnieuw gerekend worden), lijkt mij dat ook de renteberekening tot het geschil na terugwijzing moet worden gerekend en op dit punt gecasseerd kan worden. Ook als voordeelimputatie op grond van voortgezet gebruik wél in geschil zou zijn geweest in feitelijke instantie, kan het vonnis op dit punt overigens mijns inziens geen stand houden wegens motiveringsgebrek. In de in 3.5.2 genoemde arresten heeft u immers geoordeeld dat op grond van de artt. 40a en 41a Ow. de peildatum allesbeslissend is voor de bepaling van de schade, ook voor de renteberekening over het verschil tussen voorschot en schadeloosstelling, en ook indien in feite (bijvoorbeeld bij een slechts gebruiksgerechtigde) nog geen schade wordt geleden doordat voortgezet gebruik na die datum is toegezegd en gerealiseerd, in welk geval (de rente over) het voorschot in feite een prematuur voordeel is. In casu gaat het om een eigenaar en heeft de Rechtbank geen inzicht gegeven in de eventuele gedachtegang die haar tot de (veronderstelde) conclusie voerde dat [eiser]'s voordeel uit voortgezet gebruik gelijk zou zijn aan het nadeel van twee maanden gemis van het verschil tussen schadeloosstelling en voorschot. Ook heeft de Rechtbank geen blijk gegeven te hebben onderzocht in hoeverre het voortgezette gebruik om niet was toegezegd op de dag van de inschrijving van het vonnis van vervroegde onteigening. (U zie over dit punt HR 12 juli 2002 (Oosterom/NS Rail Infra Beheer B.V.), nr. 1342, r.o. 3.1., RvdW 2002, 127.)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/48ccb55a0d29b83de70a7a1dfd871fc092ae3072e9cac8e927401b11f4bf2650. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 48ccb55a0d29b83de70a7a1dfd871fc092ae3072e9cac8e927401b11f4bf2650, en de alinea staat in dat document op bytes 34299 tot 36715.