Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF6983.
16. Het derde middel bepleit dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat verzoeker tegen revindicatie door de eigenaar van de auto niet de bescherming van art. 3:86 BW geniet. Het voert aan dat de rechtbank ten onrechte niet heeft gerespondeerd op het verweer dat de revindicatievordering is verjaard, nu de auto op 24 februari 1999 is gestolen. De brief van de advocate van [betrokkene 1] van 4 september 2001 zou niet als een stuitingshandeling in de zin van art. 3:317 BW kunnen worden aangemerkt omdat daarin niet is vermeld dat alle rechten op nakoming zijn voorbehouden en deze brief niet is gevolgd door een stuitingshandeling als bedoeld in art. 3:316 BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0faa53cbf14fd2d56d2e1ff46b16d5c35c531a911c449014694091757cc9c9f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0faa53cbf14fd2d56d2e1ff46b16d5c35c531a911c449014694091757cc9c9f4, en de alinea staat in dat document op bytes 10531 tot 11215.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0faa53cbf14fd2d56d2e1ff46b16d5c35c531a911c449014694091757cc9c9f4 | shasum -a 256