Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7002.

3.9 Ik merk nog op dat het in het oog springende nadeel van het met de mantel der liefde bedekken van bedoeld verzuim potentieel verstrekkende en niet terstond aanlokkelijke consequenties kan hebben. Zo zouden partijen bijvoorbeeld allerhande rechtsvragen aan Uw Raad kunnen voorleggen in zaken waarin geen hogere voorziening openstaat (zoals art. 7:685 BW). Daarvoor is vereist dat zij beiden meewerken aan hoger beroep(6) en dat de appèlrechter hetzij niet opmerkt dat geen appèl openstaat dan wel bereid is "mee te werken" met het oog op de rechtsvorming; dergelijke situaties lijken niet louter theoretisch. Zoals bekend ben ik geen bewonderaar van art. 7:685 BW, maar het gaat mij toch te ver het wettelijk stelsel te ondermijnen. Eventuele verandering is aan de wetgever.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/430e80ab2db2c4f3ae6a7465b9d67b7ff933455a8bd1f22f5ab2e20c92c4723b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 430e80ab2db2c4f3ae6a7465b9d67b7ff933455a8bd1f22f5ab2e20c92c4723b, en de alinea staat in dat document op bytes 10165 tot 10957.